anticipeer op krimp in het onderwijs

adviezen aan het onderwijs om te anticiperen op krimp


Een reactie plaatsen

Gepersonaliseerd leren? Voordelen en kanttekeningen

In mijn vorige blog schreef ik over gepersonaliseerd onderwijs als trend om goed onderwijs te bieden bij leerlingendaling. Voorbeelden zoals Agora komen vaak uit een gebied met demografische krimp. Steeds meer scholen hebben interesse in gepersonaliseerd onderwijs. Ik geef u graag een beeld van voordelen en kanttekeningen gezien door twee deskundigen uit een interessant artikel[1].

In het kort

Het gaat volgens het artikel bij gepersonaliseerd leren over leerdoelen, afstemming op het individu, ruimte voor eigen regie en eigenaarschap. Zowel leerlingen als leraren zouden bij het leren en lesgeven meer gemotiveerd en betrokken raken.

Personalisatie voor of door de leerling?

Gepersonaliseerd leren is volgens Martijn Meeter, hoogleraar Onderwijskunde aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, een ontwikkeling die veel verwachtingen wekt. Hij ziet twee zaken die kunnen worden bedoeld bij gepersonaliseerd leren. Personalisatie voor de leerling waarbij de leraar taken klaar zet die idealiter geheel zijn afgestemd op de individuele leerling. De leerling gaat er zelf mee aan de slag. En personalisatie door de leerling waarbij deze grote inspraak heeft in wat zijn leerdoelen zijn en hoe hij deze kan bereiken. “In Nederland wordt vooral de eerste uitvoering gezien”, legt Meeter uit. “De leerdoelen liggen immers vast en er zijn centrale examens waar scholen naar toe moeten werken. Maar dat betekent niet dat de tweede vorm onmogelijk is. Dat is namelijk al de praktijk bij Agora in Limburg. Leerlingen mogen helemaal zelf bepalen wat zij willen leren.”

Nieuwe scholen

Volgens Amber Walraven, universitair docent bij de Radboud Docenten Academie, zijn het vooral nieuwe scholen die gepersonaliseerd leren toepassen. “Scholen die al langer bestaan, zullen eerder kiezen voor adaptief onderwijs. Hierbij wordt de voortgang van de leerling gevolgd door een virtueel systeem terwijl  bij personalisatie de leerling het heft in eigen handen neemt”.

Voordelen: minder kosten, meer keuze

Er zijn voordelen voor scholen om voor personalisatie te kiezen. Zo kost het minder en biedt het meer keuze. Docenten helpen leerlingen in kleinere groepen of op individueel niveau met de lesstof. Zij hoeven volgens Meeter geen hele klas meer aan te sturen. De onderwijsvorm biedt volgens van Walraven veel mogelijkheden omdat leraren hun instructies heel gericht op leerlingen kunnen toespitsen. En het systeem neemt een deel van de administratie weg omdat er een beter overzicht is en de leraar niet alles hoeft te toetsen. “Wanneer leerlingen zelf mogen bepalen welke lessen ze volgen en wanneer dan zijn er minder klaslokalen nodig en er hoeven minder mensen aanwezig te zijn. Er kan met kleinere gebouwen worden gewerkt en er zijn flexibelere vakantiedagen mogelijk. Dat kan niet alleen een kostenbesparing opleveren maar ook een verspreiding van de werkdruk”.

Eigenaarschap en leerplezier

Voor leerlingen kan gepersonaliseerd onderwijs meer zicht geven op de te doorlopen leerlijn. Ze kunnen duidelijk zien waar ze nu staan, wat ze al kunnen en wat ze nog moeten leren. Dat zou volgens Walraven “hun leerplezier ten goede kunnen komen. Hun motivatie wordt vergroot omdat ze iets kunnen bereiken”. Leerlingen kunnen, volgens Meeter meer eigenaarschap voelen en zelf hun leerprocessen sturen. Ze krijgen keuze en kunnen op hun eigen niveau werken. Sommige vakken kunnen sneller en op een hoger niveau worden afgesloten. “Maar feitelijk is dit nog allemaal theorie, het is de vraag of het wel echt zo uitpakt.”

Impact voor leraren

Maar meer vrijheid voor de leerlingen kan minder vrijheid voor de leraren betekenen. Zij begeleiden in plaats van elke week opnieuw te beslissen wat zij in de les willen doen, stelt Meeter. “Leraren moeten ook meer samenwerken met collega’s want gepersonaliseerd onderwijs werkt alleen wanneer het hele team leraren zich verantwoordelijk voelt voor de leerlingen”.

Kloof tussen leerlingen

Gevaren zijn er ook. Volgens Meeter wordt onterecht van de gedachte uitgegaan dat leerlingen alles geleerd hebben wanneer ze de modules afvinken die ze hebben gedaan. “Een gepersonaliseerd onderwijssysteem kan de verschillen tussen kinderen vergroten. Er zal er een aantal zijn die profiteert en snel kan werken, terwijl een andere groep achterblijft.”  Van Walraven ziet dat risico ook. “Leerlingen die thuis extra kunnen oefenen zullen gemakkelijker door het systeem gaan. Bovendien bestaat de kans dat leerlingen niet meer ‘gezien’ worden. Het systeem registreert immers alleen of een antwoord goed of fout is en niet de context erachter. Leraren kunnen met een leerling in gesprek gaan en de oorzaak van een slecht cijfer onderzoeken”. Niet alle leerlingen beschikken over evenveel regulatievaardigheden om een eigen leerlijn te kunnen inrichten.

Balans tussen autonomie en structuur

Het is daarnaast ook mogelijk dat leerlingen alleen kiezen voor vakken die ze leuk vinden. Er zullen echter altijd studieonderdelen zijn die noodzakelijk zijn voor het functioneren in de maatschappij. “School is er ook om je wereld te openen. Er dient dan ook een balans te zijn tussen autonomie van de leerling en structuur waarbij iemand zegt welke kennis is vereist”, stelt van Walraven.

Niet één vorm van onderwijs

“Er is niet één vorm van onderwijs die het beste werkt”, zo stelt Walraven. In haar optiek is het voor de toekomst het belangrijkste dat er een mix is van goede lessen, instructie, individueel werken, samenwerken, adaptieve en maatschappelijke opdrachten. Meeter geeft aan dat “Gepersonaliseerd leren beschouwd kan worden als een onderwijsrevolutie maar wel één die relatief langzaam verloopt”. De belofte van meer gemotiveerde leerlingen zijn volgens onderzoek nog niet waargemaakt. Wel bleek het werken met dit soort systemen tot meer leren te leiden.

Innovatie

Naar mijn idee is het, zoals bij alle innovaties, zaak om op bescheiden schaal te verkennen wat de resultaten van gepersonaliseerd onderwijs zijn en hoe om te gaan met risico’s. Ik zoek voor mijn blogs dan ook naar goede voorbeelden met een praktische implementatie en naar concrete tips. Onderstaande tips vond ik voor u.

3 tips voor gepersonaliseerd leren met behulp van technologie[2]

  1. Formatieve toetsing en feedback

Met behulp van digitale leermiddelen en apps kunnen leraren zonder al te veel moeite en op ieder moment  toetsen hoe het ervoor staat met de kennis van leerlingen. Leerlingen krijgen zo inzicht in het eigen leerproces en leraren kunnen leerlingen die dat nodig hebben voorzien van feedback.

  1. Werk met een (adaptief) leersysteem

Gepersonaliseerde adaptieve systemen bieden een docentendashboard waarin zij in een oogopslag kunnen zien welke leerlingen extra aandacht of juist extra ondersteuning nodig hebben.

  1. Geef keuzemogelijkheid

Laat leerlingen zelf kiezen op welke manier ze het liefst leren om te laten zien dat ze het onderwerp hebben begrepen. Zo ligt de nadruk op hun capaciteiten en niet op hun beperkingen.

Strategische visie scherp met een strategiesessie

Welke strategische visie werkt voor u bij leerlingendaling? In een gratis strategiesessie help ik u met een quickscan van uw situatie en de aanzet tot een strategische visie of scherp stellen van uw strategische visie op leerlingendaling naar aanleiding van het stappenplan uit mijn e-paper Anticipeer op krimp! De update van het e-paper Anticipeer op krimp is gratis voor u beschikbaar. Belangstelling? Stuur een mail naar: info@van-noordt.nl  of bel: (06) 24741144 Uw ervaringen en reacties op mijn blog hoor ik ook graag.

Over Stephanie van Noordt

Over Stephanie van Noordt

Ik ben interim (verander)manager en strateeg met een marketing en communicatie-achtergrond en ruime ervaring in het onderwijs onder andere op het gebied van leerlingendaling en de zorg. Met mijn bedrijf Van Noordt Marketing & Communicatie (bege)leid ik organisaties bij het kiezen van een nieuwe koers, reorganisaties, herstructureringen en het professionaliseren van teams. Daarnaast adviseer ik bij het in de markt zetten van de organisatie en haar diensten en de communicatie van ideeën. In mijn aanpak combineer ik het van buiten naar binnen met het van binnen naar buiten denken door kansen van buiten en vragen van doelgroepen te verbinden met de identiteit en dienstverlening van de organisatie. Als vertrekpunt neem ik altijd het gemeenschappelijk belang waarin de verschillende belangen van mensen en organisaties samenkomen. Ik ben bestuurslid en intern toezichthouder geweest bij Daltonschool de Vliegers (primair onderwijs) in Middelharnis en ben toezichthouder bij JTV Mondzorg voor kids en docent en examinator in het hoger beroepsonderwijs.

Adresgegevens Van Noordt Marketing & Communicatie

http://www.van-noordt.nl

info@van-noordt.nl

(06) 24741144

Onderlangs 12

3249 AT Herkingen

 

 

 

 

 

[1] https://www.onderwijsvanmorgen.nl/de-revolutie-van-gepersonaliseerd-leren/

[2] https://www.onderwijsvanmorgen.nl/3-tips-gepersonaliseerd-leren-behulp-technologie/

Advertenties


Een reactie plaatsen

Gepersonaliseerd leren, de oplossing bij leerlingendaling?

Er zijn veel trends en ontwikkelingen van invloed op het onderwijs. Leerlingendaling, bijvoorbeeld door demografische krimp, zorgt voor een flinke uitdaging voor schoolbesturen in krimpregio’s. Zijn er trends en ontwikkelingen die de besturen kunnen helpen om in te spelen op deze uitdaging?

Gepersonaliseerd leren

De vraag van leerlingen en studenten is in ontwikkeling en blijft zich ontwikkelen. De reactie van het onderwijs is essentieel om tegemoet te komen aan de vraag van de student! Prikkel, stimuleer, daag leerlingen en studenten uit en bereid ze voor op werken in de 21e eeuw. Ontwikkel persoonlijke talenten en creëer een omgeving waarin de student en de docent het onderwijs samen (verder) ontwikkelen. Kortom: innoveer het onderwijs en maak gepersonaliseerd leren realiteit![1]

Gepersonaliseerd onderwijs is ingezet vanuit het digitaal onderwijs maar met steeds meer aandacht voor de mensen. Zowel vanuit het perspectief van de ontwikkeling van leerlingen, als in relatie tot het omgaan met leerlingendaling, is gepersonaliseerd onderwijs het bekijken meer dan waard. Leerlingen en studenten ontwikkelen zich binnen een maatschappij die volop in verandering is. De vraag wordt regelmatig gesteld of het huidige onderwijssysteem nog voldoende aansluit bij deze veranderende maatschappij. Het aantal thuiszitters groeit helaas. Kennis is snel verouderd en het is niet eenvoudig om op de veranderingen te anticiperen binnen de structuur van het huidige onderwijs.

Binnen het Finse onderwijssysteem wordt gepersonaliseerd leren al jaren met succes toegepast. Ook in Nederland zijn voorbeelden te vinden van gepersonaliseerd onderwijs, van het basisonderwijs tot het hoger beroepsonderwijs. Initiatieven zoals Mondomijn, Agora onderwijs, de Zweedse Kunskapsskolan methode, Knowmads en de Bildungsacademie laten mooie kansen zien.  In een nieuwe serie blogs wil ik initiatieven bekijken in het licht van de ontwikkeling van leerlingen en de problematiek van leerlingendaling.

Voor kleine scholen bij leerlingendaling interessant

Sommige voorbeelden van gepersonaliseerd onderwijs zijn erg innovatief en staan wellicht nog ver af van de situatie van sommige scholen.  Maar door het kleine aantal leerlingen besteden de scholen in krimpgebieden al veel persoonlijke aandacht aan de leerlingen. De mogelijkheden van  gepersonaliseerd onderwijs zijn dan de moeite waard om te verkennen. Om daarmee het onderwijs zo optimaal mogelijk te laten aansluiten bij de behoeften van de leerlingen.  En daarnaast om leerlingen voor te bereiden op hun plaats in de maatschappij en hun aansluiting op de arbeidsmarkt later. Dat is een ander vraagstuk dan bepalen wat leerlingen moeten leren. Gepersonaliseerd onderwijs biedt programma’s op maat. Het leren van professionals, het bedrijfsleven, levensechte situaties en elkaar zijn items bij de genoemde initiatieven. Gepersonaliseerd leren kan daarnaast zorgen voor een betere samenwerking met ouders en bedrijfsleven. En tevens bijdragen aan het onderscheidende vermogen van de school. Een aantal scholen in krimpgebieden zoals in Limburg Parkstad, heeft er voor gekozen om de leerlingendaling met gepersonaliseerd onderwijs het hoofd te bieden. Redenen genoeg om in mijn komende blogs aandacht te besteden aan de ontwikkelingsroute naar het gepersonaliseerd onderwijs met varianten in onderwijsconcepten. Zodat scholen kunnen bekijken wat voor hen handig en haalbaar is.

Aansluiting bij individueel onderwijs

Wanneer je de initiatieven van dichtbij bekijkt, is te zien dat de inzichten van gepersonaliseerd onderwijs in het leren van kinderen raakvlakken hebben met de pedagogiek van het Montessori onderwijs. Er wordt ontwikkelingsgericht gewerkt en de ontwikkelingsfasen bij kinderen staan centraal. Individuele ervaringen op basis van individuele leerbehoeften zijn het vertrekpunt. Leerlingen worden begeleid om zelfstandig te werken op basis van een individueel leerplan.

Voorbeeld Basisschool de Verwondering

Tijl Rood, directeur bij Basisschool de Verwondering in Monnickendam biedt gepersonaliseerd onderwijs en legt duidelijk uit wat daarvan de meerwaarde is. Hij geeft aan dat gepersonaliseerd leren de situatie weerspiegelt die kinderen later zullen tegenkomen: het kunnen combineren van individuele behoeften en vaardigheden binnen een gecombineerde teaminspanning. Er ontstaat steeds meer behoefte aan een beroepsbevolking die in staat is tot creatief, oplossingsgericht en kritisch denken. Tijl geeft aan dat we afscheid moeten nemen van de organiserende principes achter het onderwijs van vandaag: met een groep kinderen van dezelfde leeftijd hetzelfde doen op een bepaald moment van de dag. Kinderen zullen in plaats daarvan moeten leren om de taken te selecteren die relevant zijn voor hun leerdoelen. En deze taken uit te voeren vanuit een gevoelde verantwoordelijkheid bijvoorbeeld in het kader van een onderneming of een onderzoeksproject.[2]

Bij gepersonaliseerd onderwijs staat de ontwikkeling van leerlingen met een eigen leerroute centraal passend bij de individuele talenten, mogelijkheden en leerkenmerken. Leerlingen gebruiken hun eigen materialen en methodieken. Digitalisering neemt een belangrijke plaats in het onderwijs in om leerkrachten en leerlingen te ondersteunen waardoor het onderwijs efficiënt kan worden vormgegeven. Leerlingen kunnen op hun eigen tempo en niveau leren met behulp van adaptief digitaal leermateriaal dat direct reageert op de prestaties van de leerling en reflectieve output geeft naar de leerkracht of docent. Dat scheelt nakijkwerk en vermindert de werkdruk. Leerkrachten en leerkrachten hebben daardoor tijd om leerlingen te begeleiden. Zijn begeleiden hen meestal meerdere jaren. Opvallend is dat doelen periodiek worden vastgesteld en ontwikkelingen elke zes weken worden besproken met ouders en leerlingen.

Verschillen met gedifferentieerd en geïndividualiseerd onderwijs

Gepersonaliseerd leren verschilt van gedifferentieerd onderwijs en geïndividualiseerd onderwijs op de dimensies locus of control en de sociale context van het werk. Gedifferentieerd leren is een organisatorische uitdaging en legt een druk op de administratieve vaardigheden van leerkrachten en docenten. Leren wordt meer gezien als iets dat moet dan als iets dat je helpt om jezelf te ontwikkelen. Gepersonaliseerd onderwijs gaat verder dan gedifferentieerd onderwijs omdat bij deze onderwijsvorm de focus ligt op individuele leerroutes in plaats van een klein aantal verschillende en vooraf vastgestelde leerroutes die verschillen in aanpak en niveau.

Gepersonaliseerd leren legt meer de focus op samenwerken dan bij geïndividualiseerd leren het geval is. Tutorleren is bij gepersonaliseerd leren een krachtig instrument om het leerrendement te verhogen. Bij gepersonaliseerd leren is de leerinhoud op maat gesneden en aangesloten op individuele leerdoelen. Dat heeft een hogere motivatie tot gevolg waardoor leerlingen efficiënter zullen leren.

Hoe organiseren?

Er zijn organisatorische aanpassingen nodig om gepersonaliseerd onderwijs te realiseren, zo stelt Tijl Rood. Daar staat tegenover dat er een duidelijke meerwaarde in effectiviteit en efficiëntie te zien is voor de school. In mijn volgende blogs zal ik daar aandacht aan besteden.

Strategische visie scherp met een strategiesessie

Welke strategische visie werkt voor u bij leerlingendaling? In een gratis strategiesessie help ik u met een quickscan van uw situatie en de aanzet tot een strategische visie of scherp stellen van uw strategische visie op leerlingendaling naar aanleiding van het stappenplan uit mijn e-paper Anticipeer op krimp! De laatste update van het e-paper Anticipeer op krimp is gratis voor u beschikbaar. Belangstelling? Stuur een mail naar: info@van-noordt.nl  of bel: (06) 24741144 Uw ervaringen en reacties op mijn blog hoor ik ook graag.

[1] Congres Gepersonaliseerd leren (2018) https://www.sbo.nl/onderwijs/congres-gepersonaliseerd-leren/

[2] Rood (2017) https://wij-leren.nl/gepersonaliseerd-leren-voordelen.php

Over Stephanie van Noordt

Over Stephanie van Noordt

Ik ben interim (verander)manager en strateeg met een marketing en communicatie-achtergrond en ruime ervaring in het onderwijs onder andere op het gebied van leerlingendaling en de zorg. Met mijn bedrijf Van Noordt Marketing & Communicatie (bege)leid ik organisaties bij het kiezen van een nieuwe koers, reorganisaties, herstructureringen en het professionaliseren van teams. Daarnaast adviseer ik bij het in de markt zetten van de organisatie en haar diensten en de communicatie van ideeën. In mijn aanpak combineer ik het van buiten naar binnen met het van binnen naar buiten denken door kansen van buiten en vragen van doelgroepen te verbinden met de identiteit en dienstverlening van de organisatie. Als vertrekpunt neem ik altijd het gemeenschappelijk belang waarin de verschillende belangen van mensen en organisaties samenkomen. Ik ben bestuurslid en intern toezichthouder geweest bij Daltonschool de Vliegers (primair onderwijs) in Middelharnis en ben toezichthouder bij JTV Mondzorg voor kids en docent en examinator in het hoger beroepsonderwijs.

Adresgegevens Van Noordt Marketing & Communicatie

http://www.van-noordt.nl

info@van-noordt.nl

(06) 24741144

Onderlangs 12

3249 AT Herkingen


Een reactie plaatsen

Regionale samenwerking maakt minder kwetsbaar

In de tweede voortgangsrapportage benadrukt staatssecretaris Sander Dekker de publieke taak van schoolbesturen. Hij verzoekt hen met klem om een regionale aanpak door het maken van een gebiedsplan. Deze aanpak moet de schoolbesturen minder kwetsbaar maken. In mijn blogs en e-paper deel ik zijn visie en geef ik voorbeelden en tips. Een regionale aanpak van leerlingendaling is nodig vanwege de maatschappelijke functie die schoolbesturen voor een regio vervullen en het beschikbaar houden van breed aanbod.  Uiteraard heeft elk schoolbestuur ook haar eigen belangen. Een mooi voorbeeld uit het voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen laat zien hoe individueel succes door de schoolcultuur en aanbod van kwalitatief en relevant onderwijs met regionale samenwerking te verbinden is.

Maatregelen leerlingendaling helpen op tijd ingrijpen

Eind oktober stuurde staatssecretaris Sander Dekker de tweede voortgangsrapportage leerlingendaling naar de Tweede Kamer. Hij geeft aan dat er diverse maatregelen in gang gezet zijn om schoolbesturen en gemeenten te ondersteunen bij het opvangen van de gevolgen van leerlingendaling. De prognosemodellen zijn verbeterd, scenariomodellen ontwikkeld, de fusiecompensatieregeling is verruimd. Belemmeringen in de wet- en regelgeving zijn weggenomen en specifieke bekostiging en ondersteuning is ingezet. De staatssecretaris benadrukt dat besturen zelf een verantwoordelijkheid hebben voor een gezonde financiële situatie en op tijd ingrijpen bij leerlingendaling. Wel komt hij tegemoet met een minder zware fusietoets voor fusies tussen scholen en besturen met een beperkte omvang. Een groot deel van de fusies zal alleen door DUO getoetst worden. Hij geeft aan dat fusie en daarmee bestuurlijke schaalvergroting vaak de enige manier is om kwalitatief, bereikbaar en gevarieerd onderwijs in de regio te houden.  Binnen de aanvraag moet de menselijke maat in de instelling wel voldoende geborgd zijn.

Samenwerking vooral lokaal

Uit de quickscan 2016 van Oberon onder schoolbesturen, gemeenten en provincies blijkt dat het primair onderwijs zich merendeel  bewust is van en de gevolgen ervaart van leerlingendaling. Een op de drie schoolbesturen in het primair onderwijs ziet het als bedreiging voor de scholen onder het bestuur.  Na 2023 is er sprake van leerlingendaling in onder andere Friesland, Groningen en Drenthe. In het voortgezet onderwijs is de leerlingendaling sinds dit schooljaar ook in de cijfers te zien. Tot 2030 houdt de krimp landelijk aan. Op het hoogtepunt krijgt ongeveer 80% van de scholen te maken met leerlingendaling.  De mate van krimp verschilt sterk per regio en schoolsoort. Zowel in het primair als in het voortgezet onderwijs wordt door besturen aangegeven dat zij samenwerken om de gevolgen van leerlingendaling op te vangen. De samenwerking krijgt vorm door het uitwisselen van kennis, het opzetten van een gezamenlijke vervangingspool (primair onderwijs), het bundelen van facilitaire diensten en het uitwisselen van docenten (het voortgezet onderwijs). Vooral  in het voortgezet onderwijs is de inzet op leerlingendaling dit jaar groter geworden. Scholen in het primair en voortgezet onderwijs voeren meer overleg op lokaal dan op regionaal niveau. Schoolbesturen geven aan dat het overleg op regionaal niveau nog in de opstartfase zit. Het voortgezet onderwijs voert wel beduidend vaker overleg op regionaal niveau dan het primair onderwijs. Dat is te verklaren vanwege de regionale functie van het voortgezet onderwijs. Echter, er is maar weinig overleg met de provincie.

De staatsecretaris benadrukt dat de wetsvoorstellen van OC&W een steun in de rug zijn voor schoolbesturen die meer willen samenwerken. Zij stimuleren een regionale aanpak door middel van het maken van een gebiedsplan. Het wetsvoorstel voor toekomstbestendig onderwijsaanbod ligt voor aan de Raad van State voor advies. Gemeenten en schoolbesturen krijgen zo meer mogelijkheden om het onderwijsaanbod te herschikken. In het primair onderwijs hebben zij de verplichting om een op overeenstemming gericht overleg te organiseren over het onderwijsaanbod.

Regionaal overleg en een breed aanbod

Regionaal overleg blijkt volgens de staatssecretaris noodzakelijk om goed bereikbaar onderwijs te kunnen blijven garanderen ten tijde van leerlingendaling. De combinatie van krimp, afstand en de aanwezigheid van kleine profielen kan een risico vormen. Schoolbesturen zijn minder kwetsbaar als zij samen met andere (onderwijs)partijen in een regio samenwerken om een breed aanbod beschikbaar te houden. Bijvoorbeeld waar het gaat om de samenwerking tussen voortgezet onderwijs en mbo en om kleinere profielen zoals het vwo te kunnen blijven bieden.

Publieke verantwoordelijkheid

De staatsecretaris geeft aan dat schoolbesturen een publieke taak hebben. Hij stelt dat schoolbesturen met gemeenten moeten vaststellen welke onderwijsaanbod er in een regio nodig is en hoe dit georganiseerd moet worden. Wanneer aanbod verdwijn, kunnen besturen aangesproken worden op hun publieke verantwoordelijkheid. De staatsecretaris ziet de noodzaak tot het stimuleren van samenwerking omdat dit niet vanzelf gaat. Hij ziet nog steeds regio’s met een concurrerende opstelling. Alle schoolbesturen in een regio zouden verantwoordelijk moeten zijn voor de planning van het onderwijsaanbod en goed en bereikbaar onderwijs voor ieder kind. Waar nodig moeten schoolbesturen het onderwijsaanbod gezamenlijk in stand houden of zelfs overdragen. De staatssecretaris wil hen in staat stellen die verantwoordelijkheid te nemen door het ondersteuningsprogramma door te zetten om zo samenwerking en planvorming aan te jagen en te stimuleren. Hij zal scholen die het af laten weten aanspreken op hun verantwoordelijkheid. Schoolbesturen kunnen voor december 2016 nog een aanvraag doen voor regionale procesbegeleiding. De Transitieatlas kan daarbij als scenario-instrument ingezet worden.

Kijken op microniveau

Het Zeldenrust-Steelantcollege in Zeeuws-Vlaanderen is een mooi voorbeeld van individueel succes en tegelijk werken aan een regionale samenwerking.  In Zeeuws-Vlaanderen is de leerlingendaling flink bij het primaire en middelbare onderwijs maar bij het college in Terneuzen groei het aantal leerlingen. In Terneuzen waar de school staat, is de krimp minder acuut. Het college is populair in de jonge wijken en dankt haar succes aan haar schoolcultuur en aanbod van kwalitatief en relevant onderwijs.

Schoolcultuur en  relevant onderwijsaanbod

Het Zeldenrust-Steelantcollege is een samenwerkingsschool van protestants en rooms-katholiek onderwijs. Deze dubbele identiteit is altijd erkend en er is continu gezocht naar een open dialoog. Die openheid is ook terug te zien bij andere kwesties. Het college is een vereniging waarvan zowel ouders als docenten lid kunnen worden. Door deze open organisatiestructuur zijn krimpsignalen vroegtijdig besproken. De school kon tijdig reageren en de input van ouders bood inzicht in de onderwijsbehoeften van de samenleving. Dat bleek een goede combinatie. De kwaliteit van het onderwijs ligt besloten in de schoolcultuur. Al het geld wordt geïnvesteerd in het onderwijs, de kwaliteit daarvan staat voorop.

Met het curriculum springt het college in op maatschappelijke onderwijsbehoeften. Er wordt gekeken naar de sociaaleconomische opbouw  van de regio. Welke regionale werkgelegenheid is er en wat wordt er van werknemers verwacht?  In Terneuzen zitten internationale bedrijven. Het tweetalig onderwijs biedt toekomstige medewerkers een goede opleiding. Met dit onderwijs heeft het Zeldenrust-Steelantcollege een streepje voor in de positionering.  Het doet ouders uit kinderrijke wijken voor het college kiezen. Goed inspelen op regionale behoeften loont dus!

In regionaal samenwerkingsverband de scholen verdelen

Toch krijgt ook het college te maken met krimp van zo’n 23% tot 2030. De afgelopen jaren is het aantal kinderen in Zeeuws-Vlaanderen afgenomen. Groei bij het college betekent krimp bij de andere scholen. Het college ziet samenwerking als vereist omdat het niet als enige school verantwoordelijk is voor het middelbare onderwijs in de regio. Elke school moet een ander aanbod hebben en dat moet onderling worden afgestemd. Het onderwijsniveau dat bij het college minder populair is, het vmbo,  zou op termijn uitgeruild kunnen worden met een andere middelbare school die daar juist op focust. Het onderwijsaanbod in de regio blijft hierdoor in balans met voor iedereen bereikbaar en kwalitatief hoogstaand onderwijs.  De samenwerking is nu nog minimaal omdat de middelbare scholen veel bezig zijn met hun eigen belangen. Echter een snelle gezamenlijke aanpak is volgens het college noodzakelijk in het belang van de leerlingen in de regio. Voor hen moet een breed onderwijsaanbod beschikbaar blijven. Meer informatie over dit mooie voorbeeld vindt u op http://www.leerlingendaling.nl

Strategische visie scherp met een strategiesessie

Welke strategische visie werkt voor u bij leerlingendaling? In een gratis strategiesessie help ik u met een quickscan van uw situatie en de aanzet tot een strategische visie of scherp stellen van uw strategische visie op leerlingendaling naar aanleiding van het stappenplan uit mijn e-paper Anticipeer op krimp! De laatste update van het e-paper Anticipeer op krimp is gratis voor u beschikbaar. Belangstelling? Stuur een mail naar: info@van-noordt.nl  of bel: (06) 24741144 Uw ervaringen en reacties op mijn blog hoor ik ook graag.

Over Stephanie van Noordt

Over Stephanie van Noordt

Ik ben interim (verander)manager en strateeg met een marketing en communicatie-achtergrond en ruime ervaring in het onderwijs onder andere op het gebied van leerlingendaling en de zorg. Met mijn bedrijf Van Noordt Marketing & Communicatie (bege)leid ik organisaties bij het kiezen van een nieuwe koers, reorganisaties, herstructureringen en het professionaliseren van teams. Daarnaast adviseer ik bij het in de markt zetten van de organisatie en haar diensten en de communicatie van ideeën. In mijn aanpak combineer ik het van buiten naar binnen met het van binnen naar buiten denken door kansen van buiten en vragen van doelgroepen te verbinden met de identiteit en dienstverlening van de organisatie. Als vertrekpunt neem ik altijd het gemeenschappelijk belang waarin de verschillende belangen van mensen en organisaties samenkomen. Ik ben bestuurslid en intern toezichthouder geweest bij Daltonschool de Vliegers (primair onderwijs) in Middelharnis en ben toezichthouder bij JTV Mondzorg voor kids en docent en examinator in het hoger beroepsonderwijs.

Adresgegevens Van Noordt Marketing & Communicatie

http://www.van-noordt.nl

info@van-noordt.nl

(06) 24741144

Onderlangs 12

3249 AT Herkingen


Een reactie plaatsen

Maatwerkprojecten in kernen belangrijk voor strategische visie leerlingendaling

In mijn vorige blog schreef ik over het belang van een goede communicatie en samenwerking met ouders ten behoeve van de positie van de school in de omgeving. De school kan met ouders bekijken welke ontwikkelingen relevant zijn en welke plaats de school in de omgeving zou kunnen vervullen. Leerlingendaling is zo’n belangrijke ontwikkeling. Schoolbesturen buigen zich gezamenlijk over een strategische visie op leerlingendaling. Het is vaak niet gemakkelijk om tot een strategische visie te komen onder andere door verschillende belangen. Het samen bedenken van oplossingen in kernen met inwoners en ouders kan goede informatie geven voor de ontwikkeling van de strategische visie. En duidelijk zicht geven op het vormgeven van de samenwerking met betrokken partijen. Tegelijk zal het werken met maatwerkprojecten in kernen met een urgente situatie op korte termijn resultaten van samenwerking laten zien. Er zijn mooie voorbeelden van maatwerkprojecten in kernen waarbij dorpen en scholen samen hebben nagedacht en gewerkt. Ik help u graag om uw strategische visie scherp te stellen met een gratis strategiesessie. In deze blog wil u graag een mooi voorbeeld laten zien van een maatwerkproject informele samenwerkingsscholen in Noord Drenthe en de sleutelwoorden voor hun succes.

Vroegtijdig in gesprek voor een goede samenwerking

De schoolbesturen in Noord Drenthe zoeken samen met de dorpen, ouders en verenigingen oplossingen voor leerlingendaling. De gemeente heeft een bewust terughoudende rol in het proces ingenomen. Om goed te kunnen anticiperen op leerlingendaling heeft een aantal fusies plaatsgevonden. De laatste twee fusies zijn tussen scholen van het openbare schoolbestuur OPO Noordenveld en het protestants-christelijke schoolbestuur COG Drenthe. Uit deze fusies worden informele samenwerkingsscholen gevormd. De Dorpsschool Een is een van de eerste samenwerkingsscholen. Door in een vroegtijdig stadium met alle betrokkenen te communiceren, elkaar te betrekken en draagvlak te creëren is een goede samenwerking gerealiseerd. Al een paar jaar voor de kritieke fase van een eventuele fusie is daarmee begonnen. Met alle scholen is discussie gevoerd over de toekomst. Bij de grotere scholen stond leegstand centraal, bij kleinere scholen met name de schoolgrootte.

Proces gestart vanuit burgerinitiatief

De start van het proces om te komen tot een samenwerkingsschool in het dorp Een is een burgerinitiatief vanuit het dorp. De zeer actieve dorpsgemeenschap is bezig met de leefbaarheid van het dorp. Het dorp en de beide schoolbesturen hebben het initiatief genomen om te komen tot een kleine MFA in het dorp waarin beide scholen zijn opgenomen. Vanuit de ouders en bewoners van het dorp was er de wens voor een MFA in het dorp. De scholen konden zelfstandig voortbestaan maar wilden de mogelijkheden voor een samenwerkingsschool onderzoeken vanuit de maatschappelijke verantwoordelijkheid voor het in stand houden van onderwijsvoorzieningen. Er is veel aandacht besteed aan het creëren van draagvlak onder andere door in gesprek te gaan met de ouders en de voorscholen. De grote meerderheid zag kansen maar er was ook een kleine kritische minderheid. Door een zorgvuldig proces van communiceren is de kritiek geluwd en heeft het hele dorp zich achter de plannen geschaard. Het bundelen van voorzieningen heeft de samenwerking dichterbij gebracht

Informele samenwerkingsscholen

Er is een meerjarig perspectief ontwikkeld door ouders, schooldirecteuren en onderwijsteams voor kwalitatief goed en volwaardig basisonderwijs voor het dorp voor alle gezindten. Daarbij is veel aandacht besteed aan de levensbeschouwelijke identiteit en het onderwijskundig concept. De besturen hebben gekozen voor informele samenwerkingsscholen. Voor het dorp Een en het naburige dorp Veenhuizen is voor een ‘uitruilmodel’ gekozen. Zowel het openbare als het protestants-christelijke schoolbestuur hebben in een van de dorpen een gezamenlijke samenwerkingsschool  onder hun bestuur. Beide besturen dragen voor beide scholen een gezamenlijke verantwoordelijkheid en stemmen geregeld af over de ontwikkeling. Financieel is er het principe van gesloten beurzen. Er is gewerkt met een projectorganisatie met werkgroepen onder andere voor het onderwerp identiteit, onderwijsconcept en vroege samenwerking. Het College van Burgemeester en Wethouders is in de rol van de schoolbestuur openbaar onderwijs betrokken bij de besluitvorming over de voorgenomen scholenfusie. In de rol van lokale overheid is het College en de Raad betrokken bij de besluitvorming ten aanzien van de onderwijshuisvesting.

De Dorpsschool Een

Alle partijen zijn inmiddels akkoord. De Dorpsschool Een start per 1 augustus 2016 in een nieuw gebouw. De tweede samenwerkingsschool zal een jaar later starten. Het onderwijskundig concept is gebaseerd op de onderwijsconcepten van beide scholen, het Daltononderwijs en het Jenaplanonderwijs. Dit is een min of meer vanzelfsprekende ontwikkelingslijn voor de nieuwe Dorpsschool Een. De samenstelling van het schoolteam voor de Dorpsschool Een is een evenwichtige verdeling van de personeelsleden van openbare en protestants-christelijke origine. De personeelsleden kunnen in dienst komen bij de informele samenwerkingsschool of gedetacheerd worden vanuit hun oude werkgever. Vooruitlopend op de formele scholenfusie worden er door de scholen incidentele gezamenlijke activiteiten uitgevoerd. Met de informele samenwerkingsscholen blijft er binnen de overige scholen van de besturen voldoende onderwijskundige diversiteit in de regio. Binnen het scholenbestand blijft er voldoende mogelijkheid om te kiezen voor het openbaar of protestants-christelijk onderwijs.

Communicatieproces

Zowel de ouders als de onderwijsteams zijn gedurende de voorbereidingen van de fusie als de totstandkoming van de MFA diverse keren geïnformeerd en gevraagd om hun mening met nieuwsbrieven en informatiebijeenkomsten vanuit de stuurgroepen MFA en Nieuwe Dorpsschool. Binnen de projectstructuur is er een directe betrokkenheid geweest van zowel de ouders van de leerlingen van de scholen als de schoolteams. De ouders hebben direct bijgedragen aan de contouren van de nieuwe samenwerkingsschool in het dorp Een door te participeren in werkgroepen en via de vertegenwoordiging van de MR in de projectgroep.

Identiteit

De werkgroep Identiteit heeft zich verdiept in de invulling van de samenwerkingsgedachte van de Dorpsschool Een. Het zorgvuldig vorm en inhoud geven aan de levensbeschouwelijke identiteit was een belangrijk punt van aandacht van de ouders. Duidelijk is geworden dat het samenwerkingsproces voortdurend aandacht, bespreking en bijstelling vraagt. De werkgroep heeft zich gericht op de volgende vraagstukken: hoe om te gaan met de dagopening en –sluiting, welke methodes er worden gebruikt voor het levensbeschouwelijk onderwijs, hoe om te gaan met levensbeschouwing binnen andere vakken (zoals biologie),omgangsregels voor leerkrachten en ouders op het terrein van levensbeschouwing, hoe om te  gaan met vieringen en de invloed van ouders en leerkrachten op de levensbeschouwelijke identiteit binnen de Dorpsschool Een. Binnen de Dorpsschool in Een wordt wel anders omgegaan met de invulling van de levensbeschouwelijke identiteit. In het eindadvies staat onder andere centraal dat de diversiteit aan levensbeschouwing, zowel protestants-christelijk als humanistisch actief wordt uitgedragen en toegelicht.  Daarnaast adviseert de werkgroep om een identiteitscommissie op te richten bestaande uit ouders en leerkrachten. De aanwijzing van de leden van de commissie zal een evenwichtige afspiegeling van de schoolpopulatie moeten zijn.

Sleutelwoorden voor het succes

Bij het succes van het proces noemen de schoolbesturen in Noord Drenthe een aantal sleutelwoorden waarmee schoolbesturen bij leerlingendaling hun voordeel kunnen doen.

. Durf over de eigen belangen heen te stappen om tot een duurzame en toekomstgerichte oplossing te komen. Vanuit het nieuwe perspectief kun je zeker ook stilstaan bij belangrijke mijlpalen van de partners zoals een jubileum van een school.

. Vertrouw elkaar als schoolbesturen en probeer ook bij tegenslag gezamenlijk uit het proces te komen, standpunten in te nemen en eenduidig te spreken.

. Communiceer tijdig en zorgvuldig.

Strategische visie scherp met een strategiesessie

Welke strategische visie werkt voor u bij leerlingendaling? In een gratis strategiesessie help ik u met een quickscan van uw situatie en de aanzet tot een strategische visie of scherp stellen van uw strategische visie op leerlingendaling naar aanleiding van het stappenplan uit mijn e-paper Anticipeer op krimp! De laatste update van het e-paper Anticipeer op krimp is gratis voor u beschikbaar. Belangstelling? Stuur een mail naar: info@van-noordt.nl  of bel: (06) 24741144 Uw ervaringen en reacties op mijn blog hoor ik ook graag.

Over Stephanie van Noordt

Over Stephanie van Noordt

Ik ben interim (verander)manager en strateeg met een marketing en communicatie-achtergrond en ruime ervaring in het onderwijs en de zorg. Met mijn bedrijf Van Noordt Marketing & Communicatie (bege)leid ik organisaties bij het kiezen van een nieuwe koers, reorganisaties, herstructureringen en het professionaliseren van teams. Daarnaast adviseer ik bij het in de markt zetten van de organisatie en haar diensten en de communicatie van ideeën. In mijn aanpak combineer ik het van buiten naar binnen met het van binnen naar buiten denken door kansen van buiten en vragen van doelgroepen te verbinden met de identiteit en dienstverlening van de organisatie. Als vertrekpunt neem ik altijd het gemeenschappelijk belang waarin de verschillende belangen van mensen en organisaties samenkomen. Ik ben bestuurslid en intern toezichthouder geweest bij Daltonschool de Vliegers (primair onderwijs) in Middelharnis en ben toezichthouder bij JTV Mondzorg voor kids en docent en examinator in het hoger beroepsonderwijs.

Adresgegevens Van Noordt Marketing & Communicatie

http://www.van-noordt.nl

info@van-noordt.nl

(06) 24741144

Onderlangs 12

3249 AT Herkingen

 

 


Een reactie plaatsen

Samenwerking met ouders, een belangrijke troef bij leerlingendaling

In mijn eerdere blogs heb ik regelmatig aandacht besteed aan de positionering van de school en de rol die zij in haar omgeving vervult. Ouders en leerlingen zijn voor scholen de meest belangrijke doelgroep. Er is veel onderzocht op het gebied van ouderbetrokkenheid en samenwerking met ouders. Met ouders kunnen scholen goede oplossingen bedenken voor leerlingendaling.

Werven en binden
Bij leerlingendaling krijgt het op een goede manier werven en binden van ouders en leerlingen op scholen vaak extra aandacht. Leerlingendaling kan flinke gevolgen hebben voor de kwaliteit van het onderwijs en de continuïteit van een school. In samenwerking met Yvonne Groenendijk van Y-Challenge heb ik een case study uitgevoerd naar de communicatie en samenwerking met ouders vanuit het organisatieperspectief van de school en deskundigheidsbevordering. Een vijftal schoolbesturen en scholen in het primair onderwijs in zuidwest Nederland heeft hun ervaringen gedeeld. Steeds meer scholen zoeken naar manieren om de communicatie en samenwerking met ouders effectief vorm te geven. Scholen en ouders willen het beste voor hun kind. De prestaties en het welzijn van het kind worden door de school en de ouders vanuit een verschillende invalshoek gevolgd. Openheid, gelijkwaardigheid en afspraken nakomen, lijken belangrijke aspecten voor de schoolomgeving. Kinderen kunnen zich in zo’n schoolomgeving veilig ontwikkelen. De resultaten van de case study en de aanbevelingen hebben wij in een e-paper beschreven in de vorm van een leidraad en een voorstel voor begeleiding, training en ontwikkeling. Het e-paper is gratis en vrijblijvend voor u beschikbaar.

Samenwerken in een complexe samenleving
De communicatie en samenwerking met ouders bevindt zich in een complexe context. De school vervult een belangrijke plaats in de samenleving. Naast het opvoeden wordt het ontwikkelen, leren en de zorg voor kinderen door zowel de meeste scholen als ouders als het belangrijkste gezien wat je kinderen zou kunnen bieden. Scholen kijken steeds vaker naar wat er in de omgeving gebeurt en wat dat voor de school binnen betekent. En naar wat de school kan bijdragen aan een betere samenleving. De informatie van ouders is voor scholen daarbij essentieel. Het boek School in de samenleving, de samenlevingsgerichte school in de 21ste eeuw van CPS beschrijft dat de grens tussen school en thuis vervaagt. De school krijgt te maken met actuele relevante ontwikkelingen in de omgeving en lijkt bij te moeten dragen aan het oplossen van maatschappelijke problemen. Zij staat midden in de samenleving en is samen met partners verantwoordelijk in de wijk. Samen met de ouders biedt de school naar ons inzicht zorg aan leerlingen en kan optimale omstandigheden scheppen voor de ontwikkeling van het leren zowel thuis als op school. Educatief partnerschap kan een start zijn van de samenwerking tussen de school en de ouders rondom het kind.

Onderscheidend zijn en samen oplossingen bedenken
Het zijn mooie uitgangspunten voor de positionering. Goede communicatie en samenwerking met ouders kan een belangrijk onderscheidend element zijn voor een school en mooie inzichten opleveren. De school zou met de ouders kunnen bekijken welke actuele ontwikkelingen relevant zijn en welke plaats de school in de omgeving kan vervullen. Leerlingendaling is zo’n belangrijke ontwikkeling en zeer relevant voor zowel de school als de ouders. Ouders kunnen samen met de school nadenken over oplossingen, wellicht hun deskundigheid ten aanzien van nieuwe kennis en vaardigheden inbrengen en een ambassadeursrol vervullen voor de school.

Hoger op de agenda
De resultaten van de case study laten zien dat scholen de communicatie en samenwerking met ouders als belangrijk ervaren. Bij besturen en onderwijsteams staan respectievelijk de kwaliteit van onderwijs, de bedrijfsvoering en de dagelijkse onderwijspraktijk echter hoger op de agenda. Terwijl goede communicatie en samenwerking met ouders veel verschil kan maken in de positionering en adequaat inspelen op ontwikkelingen kan bijdragen aan goed onderwijs en de continuïteit van de school.

Ouderbetrokkenheid verschilt
In de case study hebben wij beschreven wat de scholen bij hun populatie zijn tegengekomen. Scholen gaven, vanuit hun perceptie, verschillende ouderpopulaties en een uiteenlopende ouderbetrokkenheid weer. Opleidingsniveau, geloofsovertuiging en het geografische gebied blijken van invloed te zijn op de manier waarop de ouders betrokken zijn en op de eisen die zij aan de school stellen. Van ouders die afstand houden van de school tot ouders die bij elk mogelijk contact van de partij zijn. Scholen geven aan dat ze merken dat sommige ouders helemaal geen tijd in de school willen steken. Ze laten het bewust aan de school en de leerkrachten over en geven dat ook aan. Bij activiteiten en soms zelfs bij 10-minutengesprekken kan het moeilijk zijn om ouders binnen te krijgen. De vraag is waar ligt dat aan? Aan de manier waarop het contact gaat? Voelen ouders zich niet uitgenodigd om meer betrokken te zijn of hebben ze het te druk en zien ze het belang er niet van in?

Bewustzijn noodzaak en de juiste mindset
Bestaande cursussen gesprekstechnieken of communicatie bleken niet altijd bij te dragen aan een goede communicatie en samenwerking met ouders. De belangstelling was soms niet groot omdat leerkrachten er van uit gaan dat zij al goed communiceren. Bij PABO opleidingen krijgt het onderwerp communicatie en samenwerking met ouders maar weinig aandacht. Het bewustzijn van de noodzaak van een gelijkwaardige communicatie met ouders en de juiste mindset zijn naar ons inzicht echter belangrijk en kunnen bij scholen vaak verder ontwikkeld worden. Scholen bevinden zich volgens het boek School in de samenleving in een overgangsperiode. Een lange periode heeft het overdragen van de leerstof bij scholen centraal gestaan. In dialogen over de toekomst wordt de vraag gesteld of leerkrachten en leraren zelf klaar zijn voor de nieuwe samenleving die bepaald lijkt te worden door technologische ontwikkelingen. Is het duidelijk wat de 21ste eeuwse vaardigheden zijn en hoe je deze vorm moet geven? Bewustzijn van de omgeving van de school is een eerste stap. Scholen kunnen bij deze veranderingen, ook qua mindset, inspiratie gebruiken.

Samenwerken met ouders naar een hoger niveau?
In het e-paper hebben wij een leidraad beschreven met een stappenplan en praktisch voorstel om te komen tot een goede gelijkwaardige communicatie. Besturen en scholen kunnen hiermee hun werkelijke situatie vaststellen en het gewenste niveau van communicatie en samenwerking met ouders bepalen. Scholen die de samenwerking met ouders naar een hoger niveau willen tillen en samen willen bepalen welke plaats de school in haar omgeving wil vervullen, ondersteunen wij graag bij het proces. In overleg kan dan een stapsgewijs plan ontwikkeld en uitgevoerd worden met de door de schoolbesturen en scholen gekozen of aangevulde aspecten uit het praktische voorstel. Een uitwerking op maat met begeleiding en ondersteuning tegen een aantrekkelijk tarief.

U kunt onze e-paper gratis en vrijblijvend aanvragen via info@van-noordt.nl

Literatuur
CPS (2015), School in de samenleving, de samenlevingsgerichte school in de 21ste eeuw door P. de Vries.

Ik wissel graag met u van gedachten over het onderwerp leerlingendaling (in uw regio) in een gratis en vrijblijvend strategiegesprek. Uw ervaringen en reacties op mijn blog hoor ik ook graag! Via info@van-noordt.nl of (06) 24741144.

Over Stephanie van Noordt

Ik ben interim (verander)manager en strateeg met een marketing en communicatie-achtergrond en ruime ervaring in het onderwijs en de zorg. Met mijn bedrijf Van Noordt Marketing & Communicatie (bege)leid ik organisaties bij het kiezen van een nieuwe koers, reorganisaties, herstructureringen en het professionaliseren van teams. Daarnaast adviseer ik bij het in de markt zetten van de organisatie en haar diensten en de communicatie van ideeën. In mijn aanpak combineer ik het van buiten naar binnen met het van binnen naar buiten denken door kansen van buiten en vragen van doelgroepen te verbinden met de identiteit en dienstverlening van de organisatie. Als vertrekpunt neem ik altijd het gemeenschappelijk belang waarin de verschillende belangen van mensen en organisaties samenkomen. Ik ben bestuurslid en intern toezichthouder geweest bij Daltonschool de Vliegers (primair onderwijs) in Middelharnis en ben toezichthouder bij JTV Mondzorg voor kids en docent en examinator in het hoger beroepsonderwijs.

Adresgegevens Van Noordt Marketing & Communicatie

http://www.van-noordt.nl

info@van-noordt.nl

Onderlangs 12

3249 AT Herkingen

 

 

 


Een reactie plaatsen

Regiostrategie met het hoger onderwijs

In mijn vorige blog schreef ik over de gevolgen van leerlingendaling voor het totale onderwijs. Naast het primair en het voortgezet onderwijs heeft ook het mbo te maken met leerlingendaling. De referentieraming 2015 laat nog geen daling voor het hoger onderwijs zien. Dat heeft echter te maken met de stijgende instroom van internationale studenten in het hoger onderwijs. De referentieraming laat na 2022 wel een leerlingendaling zien. Het hoger onderwijs betrekt haar studenten uit het voortgezet onderwijs en het mbo. De leerlingendaling in het voortgezet onderwijs en mbo zet in een later stadium ook in het hoger onderwijs door. Het hoger onderwijs is zich vooral in de echte krimpgebieden bewust van leerlingendaling en heeft daar een strategie op ingezet. In november heb ik een kennissessie krimp verzorgd het seminar Marketing en communicatie in het hoger onderwijs van het SBO. Inzicht in de regionale rol van en de manier waarop het hoger onderwijs omgaat met leerlingendaling is heel bruikbaar voor de ontwikkeling van een regiostrategie leerlingendaling voor het onderwijs.

Leerlingendaling in het hoger onderwijs

Het hoger beroepsonderwijs (hbo) voltijd is sterk gegroeid  door de stijgende instroom vanuit de havo en mbo bol. In 2013 en 2014 is er tijdelijk een extra groei geweest als gevolg van het naderende studievoorschot. Het deeltijd hbo kent juist een dalende instroom. Vanaf 2017 worden er voor het hbo voltijd minder havo-gediplomeerden verwacht. Het wetenschappelijk onderwijs (wo) voltijd kent een stijging als gevolg van een toenemende deelname aan het vwo. Vwo gediplomeerden zijn ook meer voor het wo gaan kiezen dan voor het hbo. Ook bij het wo is er in 2013 en 2014 een extra groei geweest als gevolg van het naderende studievoorschot. Het deeltijd wo kent net als bij het hbo een dalende instroom. Op termijn wordt er een vermindering van het aantal vwo-gediplomeerden verwacht.

Regionale krimp

De huidige populatie voor het hoger onderwijs, 17-25 jarigen, laat volgens de referentieraming 2015 van OC&W met name een daling zien in Groningen en Limburg.  De aankomende populatie,  12-16 jarigen,  laat een daling van de basispopulatie in het voortgezet onderwijs zien buiten de Randstad en Flevoland. Steeds meer regio’s krijgen te maken met leerlingendaling.

17-25 jarigen12-16 jarigen indices 2025 tov 2014

Regionale rol van het hoger onderwijs

Voor hun studie in het hoger onderwijs en werk trekken jongeren vanuit de landelijke gebieden naar de steden. De participatie aan het hoger onderwijs en daarmee de trek naar de steden is de afgelopen jaren toegenomen. Juist de aanwezigheid van het hoger onderwijs, werk en de dichtheid van economische activiteiten maakt steden attractief. Jongeren blijven na hun studie, ook met hun gezin, vaker in de stad wonen. Het hoger onderwijs speelt een belangrijke rol voor de regio. Wanneer opleidingen en werk goed op elkaar worden afgestemd nemen de kansen voor de regio toe. Regio’s kunnen zich onderscheiden door zich te specialiseren en gebiedsspecifiek te werken. Het hoger onderwijs kan een onderwijsaanbod neerzetten bijvoorbeeld op het gebied van techniek en daarmee bijdragen aan de ontwikkeling van de regionale economie. Stages zijn daarnaast een mooi bindmiddel om jongeren in de regio te houden.

Voorbeelden met internationaal perspectief

Het hoger onderwijs heeft door haar internationale studenten ook een internationaal  perspectief. Zuyd Hogeschool en de Rijksuniversiteit Groningen zijn mooie voorbeelden voor de internationale aanpak van leerlingendaling.  Zuyd Hogeschool bevindt zich in de krimpregio Limburg. Lector demografische krimp, Nol Reverda,  ziet krimp als bron van innovatieve, technische, sociale en economische ontwikkelingen in de regio. De hogeschool heeft een strategisch huisvestingsplan met aanbod voor 23+ in de daluren. Zuid-Limburg kan worden gezien als de nieuwe Randstad van noordwest Europa. In Xperience Parkstad wordt met het voortgezet onderwijs, het mbo en de Open Universiteit goed onderwijs aangeboden in de EU regio Zuid-Limburg, Luik en Aken. Zuyd hogeschool krijgt studenten uit Duitsland en biedt veel opleidingen in het Engels aan. Rijksuniversiteit Groningen heeft een nevenvestiging geopend in China. Zij ziet de uitbreiding in Yantai in landsbelang vanwege de leerlingendaling in de Groningse regio. Meer internationale studenten zijn nodig. De faculteiten Economie en Bedrijfskunde en Wis- en Natuurwetenschappen zullen de eerste opleidingen verzorgen.

Excellente studenten en internationale competenties

Nederland heeft volgens de SER een economisch belang bij de internationale werving en binding van excellente studenten. Er is buitenlands talent nodig voor organisaties die in een internationale omgeving opereren en voor de invulling van vacatures voor bètatechnici. De instroom van dat talent verhoogt tevens de kwaliteit van het hoger onderwijs met internationale competenties. Daar profiteren alle studenten van. Bedrijven, overheid en onderwijs leveren samen inspanningen. Steeds meer hoger onderwijsbesturen ontwikkelen een strategie voor het internationaal werven van excellente studenten en het internationaliseren van hun onderwijs.  Daardoor is de onderlinge concurrentie toegenomen. Buurland België biedt goed hoger onderwijs dat tevens goedkoper is dan in Nederland. Ook in de landen van herkomst van internationale studenten, bijvoorbeeld in China, wordt het hoger onderwijs steeds beter.

Regionaal perspectief bieden met het hoger onderwijs

Een goed op elkaar afgestemde strategie is belangrijk vanwege de maatschappelijke positie van het onderwijs in de regio van het primair onderwijs tot en met het hoger onderwijs. Xperience Parkstad is een mooi voorbeeld van samenwerking van voortgezet onderwijs tot en met universiteit om de, in dit geval, EU regio van goed onderwijs te voorzien. Ook in andere regio’s kan geanalyseerd worden welke rol het hoger onderwijs kan spelen bij de ontwikkeling van de regionale economie. Het voortgezet onderwijs kan bijvoorbeeld met het mbo en het hoger onderwijs bekijken hoe het onderwijs en de opleidingen op elkaar aan kunnen sluiten en hoe deze aansluiten op het werk in de regio. De ontwikkeling van de regionale economie is tevens relevant voor het primair onderwijs. Door stages maken studenten kennis met het werk in de regio en is de kans groter dat ze daarna door werk aan de regio verbonden blijven. Een regionale strategie met het hoger onderwijs sluit mooi aan bij een regionale samenwerking tussen schoolbesturen, gemeenten, andere sectoren en het bedrijfsleven om een regio aantrekkelijk te maken. Het kan bijdragen aan het behoud van jongeren in de regio en daarmee helpen bij leerlingendaling.

Mijn presentatie voor Krimp voor het hoger onderwijs vindt u hier: http://www.sbo.nl/media/cms_page_media/1487/Stephanie%20van%20Noordt2.pdf

Wilt u mijn e-paper ‘Anticipeer op krimp’ ontvangen? Stuur mij dan een e-mail via info@van-noordt.nl .

Ik wissel graag met u van gedachten over het onderwerp leerlingendaling (in uw regio) in een gratis en vrijblijvend strategiegesprek. Uw ervaringen en reacties op mijn blog hoor ik ook graag! Via info@van-noordt.nl of (06) 24741144.

Over Stephanie van Noordt

Over Stephanie van Noordt

Ik ben interim (verander)manager en strateeg met een marketing en communicatie-achtergrond en ruime ervaring in het onderwijs en de zorg. Met mijn bedrijf Van Noordt Marketing & Communicatie (bege)leid ik organisaties bij het kiezen van een nieuwe koers, reorganisaties, herstructureringen en het professionaliseren van teams. Daarnaast adviseer ik bij het in de markt zetten van de organisatie en haar diensten en de communicatie van ideeën. In mijn aanpak combineer ik het van buiten naar binnen met het van binnen naar buiten denken door kansen van buiten en vragen van doelgroepen te verbinden met de identiteit en dienstverlening van de organisatie. Als vertrekpunt neem ik altijd het gemeenschappelijk belang waarin de verschillende belangen van mensen en organisaties samenkomen. Ik ben bestuurslid en intern toezichthouder geweest bij Daltonschool de Vliegers (primair onderwijs) in Middelharnis, ben toezichthouder bij JTV Mondzorg voor kids en docent en examinator in het hoger beroepsonderwijs.

Adresgegevens Van Noordt Marketing & Communicatie

http://www.van-noordt.nl

info@van-noordt.nl

Onderlangs 12

3249 AT Herkingen

 


Een reactie plaatsen

Hoe staat de leerlingendaling ervoor?

4/2015

Om goed te kunnen anticiperen op leerlingendaling met een strategie zijn de juiste prognoses essentieel. Goede prognoses ten spijt, leerlingendaling blijkt veranderlijk in de dagelijkse praktijk. Demografische krimp zal ook in relatie met andere omgevingsinvloeden bekeken moeten worden.

Breder kijken dan demografische krimp

Natuurlijk heeft demografische krimp een belangrijke invloed op leerlingendaling. Er zijn echter nog behoorlijk wat andere belangrijke aspecten waar gemeenten en schoolbesturen rekening mee moeten houden. Zoals de ligging en bereikbaarheid van het gebied, de aantrekkelijkheid van de regio, economische ontwikkelingen en de kenmerken van de populatie. Geografische, economische en sociaal-culturele kenmerken bepalen hoe een regio eruitziet en of een regio aantrekkelijk is voor jonge gezinnen en voor bedrijven. Schoolbesturen en gemeenten hebben daar rekening mee te houden maar kunnen er ook een bijdrage aan leveren. Scholen hebben een maatschappelijke functie en onderwijs is heel bepalend voor de zelfredzaamheid van burgers. Scholen zijn een belangrijk onderdeel  van een goede voorzieningenstructuur. Steeds meer schoolbesturen in regio’s bekijken gezamenlijk met gemeenten en andere sectoren als de zorg en het bedrijfsleven hoe de regio aantrekkelijk te maken of te houden is. Een omgeving die vergrijst en ontgroent, ondervindt de gevolgen voor de voorzieningen. Ook de economie en arbeidsmarkt zijn van invloed op de aantrekkelijkheid van de omgeving. Wanneer er onvoldoende banen zijn in en om een regio, zullen jonge mensen buiten de regio gaan werken of de regio verlaten. Een omgeving die vergrijst, zal wel een toename aan banen geven in de zorg. Het scheiden van wonen en zorg en de veranderende inkomenssituaties van ouderen zijn naast bevolkingsprognoses relevante ontwikkelingen voor de zorg in een regio. De sectoren zorg en onderwijs kunnen van elkaar leren.

Prognoses voor het onderwijs zijn kort houdbaar

Goede prognoses zijn voor alle sectoren relevant. Zij worden toegepast binnen onderzoek, beleid en de praktijk. Het is niet eenvoudig inzicht te verkrijgen in welke prognoses er zijn en om met juiste actuele gegevens te werken. Op 6 oktober heb ik een presentatie gegeven over anticiperen op leerlingendaling  voor het Seminar Bevolkingsprognoses in theorie, beleid en praktijk. Het doel van het seminar was onder andere inzicht krijgen in de overlap van de rol van bevolkingsprognoses voor de verschillende sectoren en wat zij van elkaar kunnen leren.  En daarnaast om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling en toepassing van toekomstige bevolkingsprognoses.

Het onderwijs kampt vaak met verouderde gegevens omdat de prognoses zijn gebaseerd op de cijfers van een aantal jaren geleden. Het CBS geeft aan dat het demografisch gedrag verandert. De toestroom van arbeids- en asielmigranten heeft invloed op de demografische prognoses. Echter, de verblijfsduur van arbeidsmigranten of studenten is vaak maar kort. De precieze invloed van het aantal geboortes bij migrantenvrouwen, blijkt moeilijk om te voorspellen. De marge die aan moet worden gehouden voor de mogelijke afwijkingen van de prognoses is daarom groot. Deze zaken dragen eraan bij dat leerlingenramingen voor het primair onderwijs maar een korte houdbaarheidstijd kennen. Ook door organisaties als de Rijksuniversiteit Groningen en het Planbureau voor de Leefomgeving wordt aangegeven dat prognoses niet lang houdbaar zijn. Zo wordt er bij de prognoses geen rekening gehouden met trendbreuken. De doorschuifmethode, gebruikt door de voormalige wethouder Jacob Bruintjes, gaat uit van het werkelijk aantal geborenen en het denkt in stappen van vier jaar vooruit. Het is een eenvoudige en praktische methode voor het onderwijs. Een sterke groei van de steden staat in relatie tot de krimp in de landelijke gebieden en de groeikernen. Jonge mensen vertrekken voor hun studie en werk naar de (Rand)stad en blijven daar ook met hun gezinnen wonen. De groeikernen trekken minder jonge gezinnen. Omdat ouderen blijven wonen in de groeikernen en jongeren wegtrekken, treedt sterke vergrijzing op. Huisvesting voor ouderen met hogere inkomens en specifieke wensen biedt groeimogelijkheden. Goed inzicht in deze groep en hun wensen kan een goed aanbod van zorg mogelijk maken in landelijke krimpgebieden.

De dagelijkse praktijk

Demografische krimp laat het leerlingenaantal snel afnemen en maakt dat de situatie in werkelijkheid soms minder positief is dan in de prognoses voorgesteld wordt. Door verandering van de positie van scholen in de regio en gerichte acties kunnen de leerlingenaantallen toe of juist afnemen. De situatie en de positionering van collega-scholen in de regio, kunnen directe gevolgen hebben voor de leerlingenaantallen van scholen. Zo ziet een aantal basisscholen op Goeree-Overflakkee de instroom van leerlingen in de kleuterklassen al een aantal jaren stijgen terwijl de prognoses geen hele duidelijke toename van jonge kinderen in de regio laten zien. Naar verwachting zal dit in relatie staan tot een afname van de instroom in de kleuterklassen bij andere basisscholen. Bij het openbaar voortgezet onderwijs is een toename van leerlingen uit de Kop van Goeree te zien. Leerlingen kozen voorheen regelmatig voor het voortgezet onderwijs op Voorne-Putten. En toename voor het voortgezet onderwijs op Goeree-Overflakkee staat in relatie tot een daling van het aantal leerlingen uit Goeree-Overflakkee voor de scholen op Voorne-Putten. Het voortgezet onderwijs op Goeree-Overflakkee kent ook een behoorlijke instroom van leerlingen uit Schouwen-Duiveland en Tholen.

Referentieramingen

Uit de referentieramingen 2015 van het ministerie van OC&W blijkt dat het voortgezet onderwijs de grootste gevolgen van leerlingendaling ondervindt. Na een lichte groei tot 2016 is er 8,1% daling tot 2022. De effecten van leerlingendaling in het primair onderwijs zijn inmiddels in het voortgezet onderwijs zichtbaar. Het voortgezet onderwijs laat met zeven jaar vertraging in navolging van het primair onderwijs een daling zien. Het primair onderwijs kent sinds 2009 een daling maar laat door een hoger aantal geboortes en migratie landelijk nu een hogere bevolkingsraming zien. Inmiddels is mij een voorbeeld bekend waarbij kinderen van arbeidsmigranten en asielmigranten het aantal leerlingen op scholen in gebieden met leerlingendaling zodanig hebben laten stijgen dat het grootste probleem is opgelost. Gezien de opmerking van CBS is het wel de vraag of dit ook op de langere termijn effect zal hebben.

Ook het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) laat leerlingendaling zien. Na een lichte stijging in 2016/2017 is er een lichte daling tot 2020. Daarna zal de daling door de invloed van geboortedaling sterker zijn. Het hoger beroepsonderwijs (hbo) is sterk gegroeid en kent na een lichte daling in 2015/2016 een stijging tot 2022. Daarna wordt een daling verwacht. Het hbo kende een lagere instroom in 2014 en een verminderde toestroom uit havo en vwo. Het wetenschappelijk onderwijs (wo) kent eerst een lichte daling maar na 2017/2018 een stijging. Het hbo en wo kennen per saldo een stijging omdat er een stijgende trend is van instroom van buitenlandse studenten.De leerlingendaling  vanuit het voortgezet onderwijs en het mbo kunnen zij daarmee compenseren. Toch is leerlingendaling in Nederland een fenomeen waar zij in hun beleid en positionering de komende jaren rekening mee moeten houden.

Gevolgen voor het onderwijs gezamenlijk

Ik zou schoolbesturen willen aanbevelen om voor de strategie leerlingendaling te kijken naar de positie binnen het gehele onderwijs. Een goed op elkaar afgestemde strategie van schoolbesturen is belangrijk vanwege de totale maatschappelijke positie van het onderwijs in de regio. Leerlingen van het primair onderwijs komen terecht in het voortgezet onderwijs en daarna in het mbo, hbo of wo. Inmiddels werken het primair onderwijs en voortgezet onderwijs in een aantal gebieden waaronder Goeree-Overflakkee aan een strategie op het gebied van leerlingendaling. Het mbo ondervindt echter ook de gevolgen en ook het hbo en het wetenschappelijk onderwijs zijn zich steeds vaker bewust van de effecten van leerlingendaling. Op 17 november verzorg ik over krimp en de gevolgen voor de marketing een kennissessie voor het hoger onderwijs.

Onderwijsbesturen kunnen bekijken waar hun leerlingen vandaan komen. Een gezamenlijke regionale strategie van onderwijsbesturen zou mooi aansluiten bij de regionale samenwerking tussen schoolbesturen en gemeenten, andere sectoren en het bedrijfsleven. Scholen leveren een belangrijke bijdrage aan de vorming van leerlingen en bereiden hen voor op de maatschappij . Leerlingen zijn de werknemers en bestuurders van de toekomst. De voorbereiding op een werkend leven en een goede aansluiting bij het vervolgonderwijs hoort daar naar mijn mening bij. Veel anticipeer en krimpregio’s, zijn landelijk gelegen gebieden. Middelbaar onderwijs is er vaak nog wel maar voor het hoger onderwijs zijn leerlingen aangewezen op de steden. Studenten vinden na hun studie vaak een baan in de stad en blijven er wonen. Er zijn nog niet zo veel voorbeelden van een mooie samenwerking tussen het gehele onderwijs. Het zou bij kunnen dragen aan innovatief onderwijs wanneer de samenwerking vorm zou krijgen. Wanneer u zulke mooie voorbeelden kent, hoor ik het erg graag! Ik zal ze vermelden in mijn volgende blogs.

Seminar bevolkingsprognoses in theorie, beleid en praktijk: http://nvdemografie.nl/activiteiten/studiemiddagen/seminar-bevolkingsprognoses-in-theorie-beleid-en-praktijk

Wilt u mijn e-paper ‘Anticipeer op krimp’ ontvangen? Stuur mij dan een e-mail via info@van-noordt.nl .

Ik wissel graag met u van gedachten over het onderwerp leerlingendaling (in uw regio) in een gratis en vrijblijvend strategiegesprek. Uw ervaringen en reacties op mijn blog hoor ik ook graag! Via info@van-noordt.nl of (06) 24741144.

 Over Stephanie van Noordt

Over Stephanie van Noordt

Ik ben interim (verander)manager en strateeg met een marketing en communicatie-achtergrond en ruime ervaring in het onderwijs en de zorg. Met mijn bedrijf Van Noordt Marketing & Communicatie (bege)leid ik organisaties bij het kiezen van een nieuwe koers, reorganisaties, herstructureringen en het professionaliseren van teams. Daarnaast adviseer ik bij het in de markt zetten van de organisatie en haar diensten en de communicatie van ideeën. In mijn aanpak combineer ik het van buiten naar binnen met het van binnen naar buiten denken door kansen van buiten en vragen van doelgroepen te verbinden met de identiteit en dienstverlening van de organisatie. Als vertrekpunt neem ik altijd het gemeenschappelijk belang waarin de verschillende belangen van mensen en organisaties samenkomen. Ik ben bestuurslid en intern toezichthouder geweest bij Daltonschool de Vliegers (primair onderwijs) in Middelharnis en ben toezichthouder bij JTV Mondzorg voor kids en docent en examinator in het hoger beroepsonderwijs.

Adresgegevens Van Noordt Marketing & Communicatie

http://www.van-noordt.nl

info@van-noordt.nl

Onderlangs 12

3249 AT Herkingen