anticipeer op krimp in het onderwijs

adviezen aan het onderwijs om te anticiperen op krimp


Een reactie plaatsen

Maatregelen leerlingendaling en een mooi initiatief van regionaal maatwerk

4-2014

Mogelijkheden van de maatregelen leerlingendaling  

In zijn brief aan de Tweede Kamer laat staatssecretaris Sander Dekker zien welke maatregelen hij neemt om de leerlingendaling in het primair en voortgezet onderwijs het hoofd te bieden. Hij sluit daarmee aan op zijn vorig jaar bekend gemaakte visie en het regeerakkoord waarin is opgenomen dat alle vormen van samenwerking mogelijk moeten zijn. Denominaties en de fusietoets moeten deze niet in de weg staan. De maatregelen bij de fusietoets laten een kleine verruiming zien en een versoepeling van de beleidsregels bij leerlingendaling. In 2015 evalueert het ministerie  of de fusietoets voldoende ruimte biedt. De voorwaarden voor samenwerking scholen zijn verruimd. Samenwerking wordt gemakkelijker en aantrekkelijker. Onder andere worden ritsfusies mogelijk gemaakt, is het overdragen van een school aan een ander bestuur geen besturenfusie en is het gemakkelijker om van identiteit te veranderen.

Positief en passend bij de maatschappelijke functie van het onderwijs, vind ik dat de staatssecretaris schoolbesturen actiever wil laten toetsen of het scholenaanbod aansluit op de wensen van de ouders en zonodig de richting van de scholen wil laten aanpassen. Ouders zijn naast de leerlingen een hele belangrijke doelgroep voor schoolbesturen. Als laatste school in het dorp kunnen de scholen fuseren tot  een school voor algemeen bijzonder onderwijs.  De kleine scholentoeslag blijft vanaf augustus 2015 voor een periode van zes jaar voor 100% beschikbaar om het onderwijsaanbod aan te passen waar nodig. Er wordt binnen de wet wel de voorwaarde aan gekoppeld om te komen tot regionale gebiedsplannen.

Als positief zie ik ook de mogelijkheid voor leerlingen in het voortgezet onderwijs om vanaf augustus 2015 de helft van hun leergang op een andere locatie te volgen voor een periode van vijf jaar. Dat geeft scholen tijd om een nieuw regionaal onderwijsaanbod te ontwikkelen en tegelijkertijd specifieke opleidingen in stand te houden. Het voortgezet onderwijs mag ook gezamenlijk de vier profielen aanbieden als mogelijkheid en vanaf  augustus 2016 een nevenvestiging starten in een ander RPO gebied wanneer de andere schoolbesturen daar geen bezwaar tegen hebben en zo het onderwijs voor leerlingen beschikbaar en bereikbaar houden. Het verlies aan bekostiging na de fusie in het voortgezet onderwijs zal gedurende vijf jaar gecompenseerd worden en wordt met 20% per jaar afgebouwd. Via de website van DUO is een praktisch prognosemodel voor het voortgezet onderwijs beschikbaar. Voor het primair onderwijs zal deze nog worden ontwikkeld.

De meeste kritische geluiden zijn te horen ten aanzien van het verplichte regionaal op overeenstemming gerichte overleg om te komen tot regionale gebiedsplannen. Onder andere de PO-Raad stelt vraagtekens bij de randvoorwaarden die de staatssecretaris noemt. Samenwerking zal door het regionaal op overeenstemming gericht overleg, waar ook gemeenten bij betrokken moeten zijn, moeilijk van de grond komen en effectieve besluitvorming in de weg staan.

Regionale gebiedsplannen gericht op de toekomstige vraag

In zijn brief pleit staatssecretaris Sander Dekker ervoor dat schoolbesturen scholen toekomstbestendig maken door maatwerk te bieden dat aansluit bij de lokale omstandigheden. In een regionale aanpak, waarin zij elkaar helpen en ondersteunen, nemen schoolbesturen de verantwoordelijkheid. Gemeenten, ouders en het personeel spelen een belangrijke rol.  Het ministerie van OC&W wil met maatregelen belemmeringen in wet en regelgeving wegnemen, zorgdragen voor de juiste bekostiging en ondersteuning bieden om een regionale aanpak mogelijk te maken. De staatsecretaris ziet bij schoolbesturen nog vaak concurrentie en een grote behoefte  aan informatie bij alle betrokken partijen. Schoolbesturen zouden van voorbeelden uit andere regio’s gebruik kunnen maken om te zien wat werkt.  Binnen het op overeenstemming gericht overleg  moeten schoolbesturen een meerjarenplan ontwikkelen waarin het onderwijsaanbod is afgestemd op de toekomstige vraag naar onderwijs. De gemeenten zijn daarbij betrokken vanwege de onder andere de onderwijshuisvesting en het leerlingenvervoer. Ook zal in het plan de relatie gelegd moeten worden met andere relevante voorzieningen en sectoren als de kinderopvang, bibliotheken, jeugd-, sport- en welzijnsvoorzieningen en ruimtelijke ordening. De staatsecretaris geeft aan dat de plannen ontwikkeld kunnen worden in al bestaande verbanden. Een belangrijk aandachtspunt zal  het personele gevolg van leerlingendaling zijn.

In mijn e-paper Anticipeer op krimp! werk ik de anticipeerstrategie uit in drie niveaus waarbij schoolbesturen gezamenlijk als sector werken aan een regio-strategie en bijdragen aan het aantrekkelijk maken van de omgeving. Zij stemmen de vraag af met relevante partijen in hun omgeving en spelen in op de wensen van doelgroepen. Wanneer je in samenwerking als sector de strategie in kaart brengt en uitwerkt, zal dat zijn meerwaarde opleveren omdat er gezamenlijk een oplossing wordt bedacht.  Deze zal meer draagvlak kennen en daardoor zeker ook praktischer in de uitvoering zijn!

Ondersteuning van regionaal maatwerk

De staatssecretaris wil ervaring opdoen met de implementatie van op overeenstemming gericht overleg door het komend schooljaar een aantal regionale pilots te starten. Schoolbesturen in het primair en voortgezet onderwijs kunnen zelf regionale procesbegeleiders kiezen die, naar het voorbeeld van de Zeeuwse Onderwijsautoriteit, als onafhankelijke partij een trekkersrol vervullen. De betrokken partijen ontwikkelen samen een toekomstbestendig onderwijsaanbodplan. Belangrijke betrokkenen zijn provincies, gemeenten, dorpsplatforms, vakbonden, de kinderopvang en ouders. Het ministerie van OC&W ondersteunt door een helpdesk (bij DUO) en een landelijk kennisplatform. Zij wil meedenken over oplossingen in de wet- en regelgeving, op landelijke conferenties voorbeelden bekendmaken en bijdragen aan het vormen van netwerken tussen regio’s. Deze landelijke conferenties kunnen zeker bijdragen aan een goede ontwikkeling. Het ministerie wil informatie vergaren over de ontwikkelingen en behoeftes in de praktijk in relatie tot haar wetten en regelgeving. Zij stelt voor de regionale procesbegeleiders twee miljoen euro per jaar beschikbaar. Een mooie handreiking naar schoolbesturen om met regionaal maatwerk aan de slag te gaan!

Een mooi initiatief start op Goeree-Overflakkee

Een deel van het onderzoek voor mijn rapport Anticipeer op krimp! heb ik uitgevoerd bij schoolbesturen op het Zuid-Hollandse eiland Goeree-Overflakkee. Op het eiland zijn veel schoolbesturen actief, vooral in het primair onderwijs. De denominaties zijn protestants-christelijk, katholiek, openbaar en algemeen bijzonder. Binnen de denominatie protestants-christelijk is in het primair onderwijs een grote variëteit aan scholen vertegenwoordigd. Heel mooi is dat de schoolbesturen van primair en voortgezet onderwijs van de verschillende denominaties elkaar actief opzoeken om gezamenlijk oplossingen te bedenken voor de krimpproblematiek die deze anticipeerregio nadert. Alle scholen kennen prognoses met teruglopende leerlingenaantallen.  Met een klein leerlingaantal werken, heeft al geleid tot vernieuwende oplossingen. Het protestants-christelijk en het openbaar voortgezet onderwijs zijn samen een gymnasium gestart. De docent klassieke talen is bij beide scholen in dienst en er wordt altijd in gecombineerde groepen les  gegeven. In  mei 2014 is de gemeente Goeree-Overflakkee , bestaande uit veertien kernen en vijf buurtschappen de werkgroep onderwijskrimp gestart waarin naast de gemeente de voorschoolse instellingen en de grootste scholen van het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en het MBO onderwijs vertegenwoordigd zijn. De werkgroep zal nog dit jaar een plan van aanpak formuleren met een eilandelijke strategische visie op de onderwijskrimp. Daarbij staat een op vraag gerichte aanpak centraal met het behoud van de pluriformiteit en diversiteit en wordt gekeken naar consequenties voor huisvesting en personeelsbeleid. In het plan van aanpak zal ook de relatie gelegd worden naar andere belangrijke domeinen en faciliteiten. Voor de visie wordt gebruik gemaakt van de strategie en de aanpak in stappen die ik in mijn e-paper geformuleerd heb. Ik zal samen met de gemeente de regie voeren en de werkgroep begeleiden en faciliteren.

Plan van aanpak voor ontwikkeling  van de eilandelijke strategische visie

Belangrijke vragen zijn:

. Analyse van de regionale situatie: prognoses leerlingenaantallen;

. Analyse ontwikkeling potentiële vraag (omvang) naar onderwijs in de regio;

. Analyse van de partners binnen en buiten het onderwijs;

. Analyse van de situatie van de individuele organisaties/schoolbesturen en de gevolgen op het vlak van financiën, huisvesting en personeel;

. Analyse werkelijke toekomstige vraag (inhoud), wat heeft de regio nodig, hoe zouden de partijen de regio kunnen bedienen?

. Zijn er witte vlekken in het bedienen van de vraag? Hoe kan je samen verantwoordelijk zijn?

. Wat is er nodig om de partners bewust te laten worden van de situatie?

. Hoe kunnen korte termijn behoeftes met lange termijn doelen en individuele met  gemeenschappelijke doelen verbonden worden?

. Wie voert de regie en hoe zijn verantwoordelijke partijen aan te spreken?

. Hoe kun je het publiek, doelgroepen en belanghebbenden bewegen?

De werkgroep zal over de vragen discussiëren en zal de visie op de werkelijke toekomstige vraag, wat de regio nodig heeft, de witte vlekken, de strategie, het plan en de implementatie (de beantwoording van de praktische vragen en hoe met de strategie aan de slag te gaan) uitwerken. Eind 2014 zal er naar verwachting een duidelijk beeld zijn van wat er moet gebeuren, hoe dit moet worden aangepakt en wie dit zullen doen.

De ontwikkeling van de eilandelijke strategische visie op Goeree-Overflakkee kan een mooie pilot zijn van regionaal maatwerk omdat in een regionaal op afstemming gericht overleg gewerkt wordt aan een regionale strategie die de basis zal vormen voor een regionaal gebiedsplan. Het onderwijsaanbod zal gericht zijn op de toekomstige vraag naar onderwijs in de regio. De wensen van doelgroepen zoals de ouders spelen een belangrijke rol. Relevante voorzieningen en sectoren zijn al of worden bij de formulering en uitwerking betrokken.

Wilt u meer weten over dit initiatief en het plan van aanpak? Neemt u dan contact met mij op via info@van-noordt.nl of bel mij op (06) 24741144.

Daarnaast wissel ik graag met u van gedachten over onderwerp krimp in een gratis en vrijblijvend strategiegesprek. Uw ervaringen en reacties op mijn blog hoor ik  graag! Mijn e-paper Anticipeer op krimp kunt u gratis ontvangen.

 Over Stephanie van Noordt

Over Stephanie van Noordt

Ik ben interim (verander)manager en strateeg met een marketing en communicatie-achtergrond en ruime ervaring in het onderwijs en de zorg. Met mijn bedrijf Van Noordt Marketing & Communicatie (bege)leid ik organisaties bij het kiezen van een nieuwe koers, reorganisaties, herstructureringen en het professionaliseren van teams. Daarnaast adviseer ik bij het in de markt zetten van de organisatie en haar diensten en de communicatie van ideeën. In mijn aanpak combineer ik het van buiten naar binnen met het van binnen naar buiten denken door kansen van buiten en vragen van doelgroepen te verbinden met de identiteit en dienstverlening van de organisatie. Als vertrekpunt neem ik altijd het gemeenschappelijk belang waarin de verschillende belangen van mensen en organisaties samenkomen. Ik ben bestuurslid en intern toezichthouder bij Daltonschool de Vliegers (primair onderwijs) in Middelharnis, toezichthouder bij JTV Mondzorg voor kids en docent en examinator in het hoger beroepsonderwijs.

Adresgegevens Van Noordt Marketing & Communicatie

http://www.van-noordt.nl

info@van-noordt.nl

Onderlangs 12

3249 AT Herkingen

(0187) 669489

(06) 24741144