anticipeer op krimp in het onderwijs

adviezen aan het onderwijs om te anticiperen op krimp


Een reactie plaatsen

Zicht op de vraag naar onderwijs

5-2014

Regio-strategie op Goeree-Overflakkee

In mijn blog van juni schreef ik over een mooi initiatief van regionaal maatwerk op Goeree-Overflakkee. Op initiatief van de gemeente ontwikkelen voorschoolse instellingen, de grootste schoolbesturen van het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en het mbo een strategische visie in de werkgroep Onderwijskrimp. Samen met de gemeente voer ik de regie en begeleid en faciliteer ik de werkgroep aan de hand van de stappen beschreven in mijn e-paper. De update van mijn e-paper is gratis voor u beschikbaar.  Graag laat ik u mijn bevindingen en ervaringen zien. Wellicht bieden ze u goede ideeën voor uw eigen regio. In deze blog ga ik in op één van de belangrijkste vragen: de inhoudelijke vraag naar onderwijs.

Belangrijke vragen

Belangrijke vragen in het stappenplan zijn:

. Analyse van de regionale situatie: prognoses leerlingenaantallen;

. Analyse ontwikkeling potentiële vraag (omvang) naar onderwijs in de regio;

. Analyse van de partners binnen en buiten het onderwijs;

. Analyse van de situatie van de individuele organisaties/schoolbesturen en de gevolgen op het vlak van financiën, huisvesting en personeel;

. Analyse werkelijke en toekomstige vraag (inhoud), wat heeft de regio nodig, hoe zouden de partijen de regio kunnen bedienen?

. Zijn er witte vlekken in het bedienen van de vraag? Hoe kan je samen verantwoordelijk zijn?

. Wat is er nodig om de partners bewust te laten worden van de situatie?

. Hoe kunnen korte termijn behoeftes met lange termijn doelen en individuele met gemeenschappelijke doelen verbonden worden?

. Wie voert de regie en hoe zijn verantwoordelijke partijen aan te spreken?

. Hoe kun je het publiek, doelgroepen en belanghebbenden bewegen?

De stand van zaken

De gemeente heeft de regionale situatie in kaart gebracht. Het is duidelijk hoe de prognoses voor de leerlingenaantallen er voor de scholen in het primair, speciaal basisonderwijs en voortgezet onderwijs eruit zien. Nagenoeg alle scholen mogen tussen 2014 en 2030 een leerlingendaling verwachten als gevolg van demografische krimp. De ontwikkeling van de potentiële omvang van de vraag naar onderwijs in de regio is hiermee in kaart gebracht. De spelers binnen het onderwijs zijn duidelijk maar buiten het onderwijs moeten zij nog in kaart gebracht worden. Zicht op de inhoud van de vraag is echter heel belangrijk om te kunnen bepalen hoe je het onderwijs moet gaan organiseren. Twee schoolbesturen van twee verschillende denominaties hebben een analyse gemaakt van hun situatie en gepresenteerd.

Een grote heterogeniteit bij ouders en leerlingen

Het schoolbestuur voor het primair openbaar onderwijs heeft de analyse van het eigen schoolbestuur aan de hand van de hoofdlijnen van het strategisch beleidsplan. Een heldere visie met als kernbegrippen verbinden, innoveren en professionaliseren wordt duidelijk. Het bestuur ziet krimp als een uitdaging en denkt buiten de kaders van de organisatie van het onderwijs. Zij kijkt onder andere op vernieuwende wijze naar het huidige onderwijssysteem, de personeelsplanning, aansturing en samenwerking en ziet de vraag en de kwaliteit van onderwijs als leidend. Samenwerking kan in brede zin met het protestants-christelijke basisonderwijs, de kinderopvang, het openbaar voortgezet onderwijs en de ouders. De presentatie over de ontwikkeling van een protestants-christelijke strategie laat de complexe situatie en organisatie van het protestants-christelijke onderwijs op Goeree-Overflakkee zien. Het protestants-christelijk onderwijs kent een grote diversiteit aan geloofsovertuigingen van ouders en leerlingen. De besturen in het primair en het voortgezet protestants-christelijk onderwijs hebben een zeer heterogene doelgroep die de ontwikkeling en besluitvorming in de eigen school en bestuur nauwgezet volgt en beoordeelt. Gezien de leerlingenaantallen zien de besturen de noodzaak om één protestants-christelijke denominatie te behouden. Tegelijk staan zij open voor samenwerking met schoolbesturen van andere denominaties. De ontwikkeling van een protestants-christelijke strategie blijkt geen gemakkelijke opgave. Samenwerking tussen de scholen vergt dat zij buiten de eigen situatie denken en de meerwaarde daarvan zien. Het vergt van de protestants-christelijke schoolbesturen scherp opereren met oog voor saignante details.

Uit de presentaties van de individuele schoolbesturen blijkt een grote heterogeniteit van de totale doelgroep ouders en leerlingen op Goeree-Overflakkee. Het niet altijd open staan voor de meerwaarde van samenwerking en de verschillen zal  één van de moeilijkste aspecten zijn bij de ontwikkeling van een regio-strategie. Het zal ook een manier van denken vergen waarbij het gesprek niet over de eigen identiteit gaat maar waarbij de nadruk ligt op de inhoud en de kwaliteit van onderwijs. Dat zal bij de scholen een proces van bewustwording en acceptatie vergen.

Zicht op de inhoudelijke vraag naar onderwijs

Wanneer de inhoud en kwaliteit van onderwijs leidend moet zijn, is het van belang te weten hoe de werkelijke vraag er nu precies uitziet en hoe deze zich ontwikkelt. Welke aspecten zijn daarbij belangrijk? Vervolgens is gekeken naar wat de regio nodig heeft. De werkgroep heeft zich de volgende vragen en deelvragen gesteld.

 Hoe ziet de vraag in relatie tot de capaciteit van de huidige leerlingenpopulatie er uit? Zijn er veranderingen op te merken in de afgelopen jaren in:

. De samenstelling van de groep  leerlingen qua herkomst, achtergrond en opleidingsniveau van de ouders. Het niveau en/of de schooladviezen van de leerlingen.   

. De (start)capaciteiten van leerlingen. De behoefte aan onderwijs om deze capaciteiten goed te ontwikkelen. Behoefte aan bepaalde onderwijsvormen, –typen, de vraag naar ondersteuning en begeleiding.

. De betrokkenheid en de behoefte daaraan van ouders en leerlingen. Aspecten die voor hen belangrijk zijn voor hun keuze voor en welbevinden op een school.

. De behoefte aan informatie en communicatie vanuit scholen naar en met ouders en leerlingen.

Wat heeft de regio nodig? Hoe sluiten de vraag en capaciteit aan op de behoefte in de regio?

. Wat heeft de regio nodig (kijken naar po-vo-beroepsleven, po-vo-mbo-beroepsleven of po-vo-hbo/universiteit-beroepsleven). Op welke ontwikkelingen in de maatschappij en bij vervolgopleidingen moet het onderwijs anticiperen?

. Welke behoefte is er in het beroepenveld aan opleidingen van leerlingen en studenten regionaal en landelijk?

. Hoe past de vraag van ouders en leerlingen en de capaciteit van leerlingen bij de behoefte in het beroepenveld?

De vraag en de capaciteit van de huidige leerlingenpopulatie

In de samenstelling, achtergrond en ontwikkelingsniveau zijn er op Goeree-Overflakkee verschillen te zien. De werkgroep gaat  een overzicht maken per kern. Het opleidingsniveau is hoger dan twintig jaar geleden en er zijn in bepaalde dorpskernen veranderingen te zien in de belangstellingspercentages voor de denominaties. De mentaliteit van leerlingen in het voortgezet onderwijs is veranderd. School krijgt van leerlingen minder aandacht dan een (bij)baan. Op de kop van Goeree is bij een deel van de  ouders en leerlingen een meer stadse mentaliteit te zien. Door de geografische ligging, vestiging van inwoners van buiten het eiland en de levensstijl is er een oriëntatie op Hellevoetsluis en niet op Goeree-Overflakkee.

Op Goeree-Overflakkee dempt het beschermende milieu en de neiging tot matigheid onder de bevolking de ontwikkeling van leerlingen op een hoger niveau. Dit in tegenstelling tot de landelijke aandacht die er is voor hoogbegaafdheid. Het ontwikkelen van talenten van alle niveaus is voor de scholen een aandachtspunt. Voor het primair onderwijs blijft kwaliteit van onderwijs het belangrijkste aandachtspunt. Het primair onderwijs is erg afhankelijk van de populatie in haar directe omgeving. De kwaliteit van de schooladviezen is verbeterd en de uitval is lager. De ondersteuning en begeleiding van leerlingen is goed maar stimuleert de vraag. Ouders verwachten dat de school een deel van de opvoeding voor haar rekening neemt. Het is de vraag of op Goeree-Overflakkee de genoeg groot genoeg is voor nieuwe vormen in het voortgezet onderwijs.

De vanzelfsprekend dat leerlingen van het protestants-christelijk primair onderwijs ook naar protestants-christelijk voortgezet onderwijs gaan, is verdwenen. Leerlingen van een openbare basisschool kiezen in sommige gevallen voor christelijk voortgezet onderwijs en andersom. De tijd die ouders besteden aan kinderen is verminderd.  Bij het primair onderwijs zijn ouders over het algemeen betrokken.  De betrokkenheid binnen het gezin en bij de school neemt af in het voortgezet onderwijs. De meeste ouders zijn een voorstander van en sommige  kiezen bewust voor structuur. Er is ook een groep leerlingen die bewust kiest  voor structuur. De meeste scholen op Goeree-Overflakkee bieden voldoende structuur. Leerlingen spelen een meer nadrukkelijke rol bij de schoolkeuze. De eerste kennismaking is belangrijk en daarnaast de keuze van vrienden. Vaak gaan leerlingen met een groep naar een bepaalde school toe.

De behoefte van ouders en leerlingen aan digitale communicatie is groot. Het eerste contact is bijna altijd de website. In de hogere jaren van het voortgezet onderwijs is er behoefte aan beroepskeuze en voorlichting.

Aansluiting vraag en capaciteit op behoeften in de regio

Er is een bepaalde nuchterheid vanuit de scholen als aanbieder van onderwijs omdat de regio Goeree-Overflakkee landelijk geen hele grote rol speelt. De regio mist de concurrentie die in stedelijke gebieden de scholen scherp houdt. De scholen zouden scherper kunnen anticiperen op ontwikkelingen.  Een aantal maatschappelijke trends staat haaks op de huidige organisatie van het onderwijs. Voldoende inkomsten zijn nodig om de leerling centraal te kunnen laten staan. Door bezuinigingen is het moeilijk om jonge veelbelovende leerkrachten en docenten voldoende uren te kunnen bieden. De werkgroep gaat de maatschappelijke relevante trends goed in kaart brengen zodat de schoolbesturen daar adequaat op in kunnen spelen. Zij gaat ook dieper in op de relatie tot de organisatie van het onderwijs en veranderingen die wellicht nodig zijn.

De scholen leiden de leerlingen goed op voor de arbeidsmarkt. Het algemeen vormend onderwijs biedt leerlingen een goede basis en veel mogelijkheden zodat leerlingen zich goed kunnen oriënteren. Het onderste niveau van het vmbo is juist specifiek om de kansen van de minder getalenteerde leerlingen te vergroten. Bij het mbo wordt het bedrijfsleven betrokken bij het onderwijs. Scholen in het voortgezet onderwijs houden voldoende voeling met de arbeidsmarkt door de contacten met schoolverlaters.  De kwaliteit van de loopbaanoriëntatie is verbeterd.

De werkgroep is van mening dat de onderwijssector goed naar de behoeften van de regio moeten kijken en hoe dan leerlingen op te leiden. De contacten met en input vanuit het beroepenveld van Goeree-Overflakkee kunnen verbeterd worden. Scholen moeten leerlingen met de juiste onderwijsinhoud goed opleiden voor de maatschappij. De kwaliteit van wat leerlingen geleerd hebben, is bij hun uitstroom uitstekend. De werkgroep vraagt zich af of ze opleidingen moet bieden die (ei)landelijk weinig perspectief op de arbeidsmarkt bieden. Je kunt leerlingen opleiden zodat ze na hun opleiding op mbo niveau of hoger terug kunnen komen om op Goeree-Overflakkee te werken. De trend is echter dat jongeren met een hogere opleiding vaak in de stad blijven wonen.

Voor het primair onderwijs zijn een hoge kwaliteit van het onderwijs en het oordeel van de Inspectie over de school de belangrijkste vraagstukken. Ouders kiezen voor zo hoog mogelijke opleidingen. Een groot aantal basisscholen op Goeree-Overflakkee zijn kleine scholen. De kleine scholentoeslag die deze scholen krijgen, kan de intentie tot samenwerken in kleine kernen beperken.

Ontwikkeling van de visie op onderwijs

In oktober werkt de werkgroep de visie op het onderwijs uit. Daarin komen de maatschappelijke ontwikkelingen en de manier waarop het onderwijs  kan inspelen in relatie tot haar organisatie aan de orde. Daarnaast besteedt de werkgroep aandacht aan het goed in kaart brengen van het beroepenveld en haar behoeften en vervolgens de manier waarop het onderwijs kan anticiperen. In mijn volgende blog leest u meer.

Wilt u de update van mijn e-paper ontvangen? Stuur mij dan een e-mail via info@van-noordt.nl .

Wilt u meer weten over de ontwikkeling van de regio strategie op Goeree-Overflakkee? Neemt u dan contact met mij op via info@van-noordt.nl of bel mij op (06) 24741144.

Daarnaast wissel ik graag met u van gedachten over onderwerp krimp (in uw regio)  in een gratis en vrijblijvend strategiegesprek. Uw ervaringen en reacties op mijn blog hoor ik  graag!

 Over Stephanie van Noordt

Over Stephanie van Noordt

Ik ben interim (verander)manager en strateeg met een marketing en communicatie-achtergrond en ruime ervaring in het onderwijs en de zorg. Met mijn bedrijf Van Noordt Marketing & Communicatie (bege)leid ik organisaties bij het kiezen van een nieuwe koers, reorganisaties, herstructureringen en het professionaliseren van teams. Daarnaast adviseer ik bij het in de markt zetten van de organisatie en haar diensten en de communicatie van ideeën. In mijn aanpak combineer ik het van buiten naar binnen met het van binnen naar buiten denken door kansen van buiten en vragen van doelgroepen te verbinden met de identiteit en dienstverlening van de organisatie. Als vertrekpunt neem ik altijd het gemeenschappelijk belang waarin de verschillende belangen van mensen en organisaties samenkomen. Ik ben bestuurslid en intern toezichthouder bij Daltonschool de Vliegers (primair onderwijs) in Middelharnis, toezichthouder bij JTV Mondzorg voor kids en docent en examinator in het hoger beroepsonderwijs.

Adresgegevens Van Noordt Marketing & Communicatie

http://www.van-noordt.nl

info@van-noordt.nl

Onderlangs 12

3249 AT Herkingen